Cognitieve gedragstherapie (CGT)

Cognitieve gedragstherapie gaat uit van de invloed van het denken op het gevoelsleven en het gedrag en viceversa. Als je bang bent, dan ga je vaak dat uit de weg wat angst oproept. Hiermee verminderd misschien tijdelijk de angst, echter hou je de angst er ook mee in stand. Wanneer je geneigd bent om negatief te denken, dan kan dit angst of somberheid triggeren, wat vaak ook weer van invloed is op je handelen. Je gaat bv. minder goed voor jezelf zorgen, bepaalde situaties vermijden of jezelf terugtrekken. Uiteindelijk merk je dat de strategieën die je hanteert je niet helpen en zelfs de klachten kunnen verergeren.

In de therapie onderzoeken we disfunctionele patronen in gedachten en gedrag. We brengen in kaart die momenten dat je angstig of somber bent. Dit analyseren doen we met behulp van het g-schema uit de cognitieve therapie. Dit schema kan een goed hulpmiddel zijn om jezelf te observeren wat er gebeurd in moeilijke situaties. Als je beter in staat bent om na te gaan waarom je je ongelukkig voelt, is de kans groter dat het je zal lukken jezelf te veranderen.

Gebeurtenis : Waar was ik, met wie, wat gebeurde er?
Gedachten : Wat ging er door mijn hoofd? Wat dacht ik of zei ik tegen mezelf ? Wat vond ik ervan?
Gevoelens : Wat voelde ik, welke emoties had ik?
Gedrag : Wat deed ik? Hoe reageerde ik?

We gaan kritisch bekijken of je gedachten eigenlijk wel waar zijn en wat de invloed is op jouw gevoelens en gedrag. Je gaat je denkfouten in kaart brengen en ook achterhalen welke kerngedachten of valkuilen daarachter zitten. Iedere gedachte staat niet op zich. Ieder mens heeft een aantal kerngedachten over zichzelf, anderen en zijn toekomst. Veel van deze kerngedachten heb je in de loop van de tijd aangeleerd en hangen nauw samen met de regels die je vroeger geleerd hebt. Deze regels verschillen van persoon tot persoon. Omdat je al zo lang geloofd in je kerngedachten, ben je er wellicht nooit aan toegekomen om ze een kritisch te beoordelen. In de therapie leer je deze kerngedachten in kaart te brengen, uit te dagen en een realistisch beeld te vormen.

Het doel is dat je gevoelens niet meer met je op de loop gaan en dat het in de juiste verhouding staat tot wat er gebeurt. Ook leer je adequaat te handelen naar je emoties zodat je er beter mee om kunt gaan.